Online toetsing

Alles wat je altijd al wilde weten over digitale toetsing

Invoeren van digitale toetsing

with 4 comments

In het onderwijs kom je vaak weerstand tegen bij de invoer van weer een nieuw (ICT)systeem waarmee docenten moeten gaan werken. Maar al te duidelijk is: “zoals we het vroeger deden zo was het toch ook goed?” Vanuit dat perspectief zijn de blogposts van Sander Schenk en Vineet Madan ook zeer interessant.

Onderwijsinspectie en management van scholen zijn intussen zeer bereid tot het invoeren van digitale toetsing. Een discrepantie tussen de resultaten van de gemiddelde schoolexamens en het centraal schriftelijk kan leiden tot het predicaat zwakke school. Daar zit geen schooldirectie op te wachten. Docenten ook niet, maar dat realiseren ze zich (soms) nog niet. Door het predicaat zwakke school kan een school minder aanmeldingen krijgen. Het gevolg daarvan is dat het aantal docenten omlaag moet en de verbeterslag dus met minder mensen gemaakt moet worden.

Digitaal toetsen kan een enorm hulpmiddel zijn bij het zichtbaar maken van resultaten en kwaliteit, en daarnaast ondersteunend zijn bij de borging van een goed toetsproces. Door eenvoudige maatregelen als een software systeem, dat vooraf de cesuur instelling vastlegt, wordt de docent gedwongen na te denken over het leggen van de lat. Natuurlijk kan een aanpassing van de cesuur plaatsvinden, Cito doet dat immers ook bij de centraal schriftelijke examens, dat is ook vaak het argument en legitimering om de aanpassing in de cesuur te doen. Gemakshalve vergeet de docent dan even, dat de grootte van de populatie, Cito het recht geeft deze aanpassing in de cesuur te doen. De docent heeft meestal maar met een of twee klassen te maken waarbij de spreiding in niveau van de leerlingen niet zo groot hoeft te zijn. De noodzaak tot aanpassingen is daarmee ineens een stuk kleiner.

Door naar de kwaliteit van de toets en toetsvragen, maar ook naar de resultaten te kijken krijg je in de analyse van de toets een heleboel informatie. Waren het goede toetsvragen? Welke vragen werden niet goed beantwoord? Welke leerstof verdient  aandacht van leerling of docent? Door toetsing te gebruiken als leerinstrument kun je net als bij de trainingsschema’s van topsporters een veel beter beeld hebben van je leerlingen. Naast summatieve toetsing kan formatief getoetst worden. Door het geven van feedback op vraag- of eindtermniveau kan de leerling uitgedaagd worden zijn eigen leerplan aan te scherpen voor de summatieve toets. Deze zelfredzaamheid bij leerlingen is een van de competenties die ze in het beroepsonderwijs hard nodig hebben.

Docenten die geconfronteerd worden met digitale toetsing mopperen veelal eerst over het dubbele werk wat ze moeten verzetten. Ze moeten een toets vanuit Word in het nieuwe systeem zetten. Zodra deze hobbel genomen is worden de meeste docenten enthousiast:

  • het toetssyteem ziet er voor de leerling prachtig uit, geen lay-out problemen meer voor de docent
  • de digitale toets is overzichtelijk, makkelijk voor snel afgeleide leerlingen (vraag en casus worden gescheiden waardoor veel structuur ontstaat)
  • de tijdsduur van de toets is vooraf in te stellen met een langere tijdsduur voor die leerlingen die daar recht op hebben
  • de toets wordt automatisch nagekeken (behalve bij open vragen)
  • meestal wordt voor het eerst een toetsanalyse gemaakt, dit leidt tot inzicht in de kwaliteit van de toetsvragen, aanpassingen van de toetsvragen en mogelijk beter onderwijs

Met name het laatste punt is voor veel docenten vanuit de passie voor het onderwijs een doorslaggevende factor.

Advertenties

Written by Manon Bonefaas

18 mei 2011 bij 13:41

4 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. Ik vond altijd het probleem (voor mijn vak, geschiedenis, in de bovenbouw) dat ik digitale toetsen geen goede voorbereiding vond op wat uiteindelijk op het eindexamen gepresteerd moest worden. Daar zat (havo/vwo) geen multiple-choice, matching of anderszins digitaal toetsbare vraag bij.
    Ik vond dat mijn schoolexamens een goede afspiegeling moesten zijn van wat en hoe er op het CSE gevraagd zou worden. Geschiedenis is meer dan toetsen of feiten (en mogelijke interpretaties daarvan) gekend zijn. Je wilt leerlingen analyses laten maken, je moet hun gedachtegang kunnen volgen – hoe doe je dat met digitale toetsen?
    De cesuur vaststellen deed ik ook altijd op de ‘oude’ examenmanier (90 van 100 punten te scoren; punten vooraf bij de vragen vastgesteld). Ook toetsanalyses zijn ‘op papier’ te maken; kwestie van puntentellingen bijhouden.
    Niet dat ik wat tegen digitale toetsen heb. Behalve dat ik veel met e-learning doe was ik ook altijd bakken met tijd kwijt aan nakijkwerk en dat zie ik ook graag anders. En het maken van goede digitale toetsen en mtc-vragen vergt inderdaad een fikse tijdsinvestering. Daarbij denk ik dat je best vragen rondom audiovisuele bronnen kunt bedenken. Geluid, film, maar ook digitale kaarten, simulaties etc etc. Maar toetsvragen voor de bovenbouw geschiedenis zijn altijd open essayvragen – nog geen computerprogramma gezien die dát voor me na kan kijken.

    Rick Schonewille

    20 mei 2011 at 19:45

    • Beste Rick,

      Je hebt helemaal gelijk voor wat betreft het CSE Geschiedenis en de essay vragen. Zolang in deze vorm getoetst wordt is het zinvol leerlingen op deze manier voor te bereiden. Wanneer je examens nagekeken hebt weet je dat de beoordeling en onderhandeling met de tweede corrector begint. Zoveel correctoren zoveel meningen, sommige correctoren hebben zelfs voor de correctie al contact over de interpretatie van het antwoordmodel. Met digitale toetsing kunnen examens anoniem aangeboden worden en kan een corrector onafhankelijk beoordelen omdat hij de beoordeling van de vorige corrector niet ziet. Daaraast kunnen verschillen in beoordeling tussen correctoren zichtbaar gemaakt worden. De corrector die altijd zeer positief beoordeelt ten opzichte van zijn collega’s kan eens kritisch naar zijn beoordelingen kijken. Deze feedback voor correctoren kan ertoe leiden dat de intersubjectiviteit kleiner wordt, m.a.w. dat de beoordeling objectiever wordt. Dat is iets waar examenkandidaten zeker gelukkig van worden.
      Toetsanalyses zijn natuurlijk op papier te maken daar zit echter een foutkans in met het overtypen van de gegevens in bijvoorbeeld excel. De analyse rolt er gewoon uit bij een digitaal toetsprogramma, op basis van de werkelijke gegevens.
      Digitale toetsing is zeker ook voor geschiedenis te gebruiken, zelfs ook voor het SE geschiedenis. Open vragen zijn vaak zeer goed ‘om te bouwen’ tot een of meer automatisch na te kijken vragen. Daarnaast kun je door een opbouw van vragen ook toetsen of de leerling voldoende inzicht heeft. Het voordeel van toevoegen van multimedia benoemde je zelf al. In de toekomst zullen we zeker ook open vragen na kunnen kijken, helaas lukt dat nu nog niet goed genoeg. De resultaten daarvan zijn nog zeer arbeidsintensief en niet van voldoende kwaliteit.

      Manon

      Manon Bonefaas

      22 mei 2011 at 15:57

  2. […] Via Scoop.it – OnderwijsRSSOnderwijsinspectie en management van scholen zijn intussen zeer bereid tot het invoeren van digitale toetsing. Een discrepantie tussen de resultaten van de gemiddelde schoolexamens en het centraal schriftelijk kan leiden tot het predicaat zwakke school. Daar zit geen schooldirectie op te wachten. Docenten ook niet, maar dat realiseren ze zich (soms) nog niet. Show original […]

  3. Ik vind dat bij digitale toetsen vaak verregaande concessies worden gedaan aan de kwaliteit. In verband met automatisch nakijken voeren meerkeuze of min of meer gesloten vragen de boventoon. In mijn vak, wiskunde, leidt dit tot opgaven die vragen naar oplossingen van vergelijkingen, bijvoorbeeld. In geen geval is dat te vergelijken met het kaal oplossen van een vergelijking. Ik vind dat ook veel te veel personen denken dat je met 50 meerkeuze vragen prima hetzelfde kan toetsen, zelfs met redeneringen als “ja, want als je die vragen vaak goed hebt, is er een correlatie met dat je ook de manier waarop je het gedaan hebt goed”. Daarmee maken veel personen een omdraaifout, immers als je weet HOE je een opgave goed oplost, leidt dit tot een GOED antwoord. Maar de omkering, als je een GOED antwoord hebt weet je HOE je het moet doen, is niet per se waar. Nou zijn er best “open” tools om te gebruiken, maar daarbij toont Cito m.i. vooral aan dat zij enkel tot gekunstelde inzet van ICT kan komen. Excel gebruiken om een modelletje op te zetten? Het lijkt meer op knoppenkunde.

    Naast deze inhoudelijke kant is er ook nog de kant van de implicaties voor scholen als honderden leerlingen tegelijkertijd aan de slag moeten. De stroom, de ruimte, de backups, de server (had simpel opgelost kunnen worden als Cito web-based zijn van toetsomgeving op nummer 1 had gezet). Er is een reden waarom digitale handtekeningen nog steeds niet helemaal de papieren versie hebben vervangen. Bij kritische toepassingen zijn er risico’s.

    Om die redenen niets doen? Nee natuurlijk niet, maar zeker ook niet op basis van pilots (die vrijwel altijd met kleine groepen best succesvol zijn) de boel uitrollen.

    Christian

    30 mei 2011 at 01:09


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: